vrijdag 30 januari 2026

Klein Profijt - Rhoonse Grienden: een stukje natuur met een lange geschiedenis

Na een week sneeuw eindelijk een winterzonnetje. Heerlijk om een wandeling te maken in de Rhoonse Grienden, het gebied dat Klein Profijt heet.

Een werkman is bezig met het knotten van de rij wilgen. Tegenwoordig met modern werktuigen. Het is nauwelijks voor te stellen dat vroeger, toen het gebied nog een productiebos was, mannen dit hier in de kou op handmatige wijze moesten onderhouden.

Blijkbaar was het gebied niet zo winstgevend, wat nog te merken valt aan de historische naam: Klein Profijt. Minder opbrengst werd waarschijnlijk veroorzaakt door de ligging in een getijdengebied, waardoor de groeiomstandigheden minder goed waren.
Van werkland naar natuurgebied
Het is nog steeds een getijdenbos, waar tweemaal per dag de slootjes tussen de wilgenpercelen onder water lopen. Gezien enkele knaagsporen hebben ook bevers het gebied gevonden. 

Ik maak enkele foto's van de wilgen. Hun stammen zijn getekend door de tijd; grillige sculpturen van knoestig hout en diepe groeven, waarin mos en korstmossen groeien. Door het  jarenlang snoeien en weer uitlopen is duidelijk de veerkracht van de natuur te zien.


Er heerst een bijzondere stilte, die af en toe onderbroken wordt door het geronk van binnenvaartschepen op de Oude Maas in de verte. Enkele mezen laten van zich horen; ook zij zijn blij dat de zon zich van haar beste kant laat zien.

vrijdag 23 januari 2026

Tussen slikken en spatborden: de verloren kustlijn van Voorne

Huidige strand (foto: Marian Groeneweg)
Huidige strand (foto: Marian Groeneweg)

Het is net alsof ik in de wereld ben gestapt van het Verkade-album van Jac. P. Thijsse uit 1938. Voor me ligt een terrein waar wind en water het landschap hebben bepaald. Jonge duintjes, laag en vriendelijk van vorm, en ertussen weerspiegelt het water van moerassige plassen de lucht.

Aquarel Voerman - Verkade-album (1938) 
Ik kan me zo voorstellen hoe het gebied er zo'n 100 jaar geleden heeft uitgezien. Waar nu de enorme industrie van de Maasvlakte de horizon 'vervuilt', lag ooit het natuurgebied De Beer.

Natuurgebied 'De Beer'
Jac. P. Thijsse verwoordde het: 'De Beer heeft toch een apart bestaan, een bestaan van verlatenheid, vrijheid en rijkdom. Daar zijn wijde stranden en groote zandbanken, drasse slikken en groepen van duinen. [...] Het slib herbergt ruimen overvloed van klein leven, onuitputtelijke bron van voedsel voor visschen en vogels.'

Het natuurgebied De Beer is verdwenen aan het eind jaren 50 en het begin van de jaren 1960, toen de aanleg van de Europoort begon.

Het ontstaan van het autostrand
Vóór de afdamming van het Brielse Gat in 1952 was dit een klassiek Noordzeestrand: een open zee met eb en vloed. Het was een breed zandstrand met een boulevard waar de strandtram van de RTM (Rotterdamsche Tramweg Maatschappij) vanuit Rotterdam-Zuid naartoe reed. Het was destijds een rustige badplaats met slechts een paar strandtenten.
Verz: Marian Groeneweg

Mede door de aanleg van de tweede dam in 1966 werd de invloed van eb en vloed sterk ingeperkt. Er ontstond een open zandvlakte die ideaal bleek voor auto's; het strand werd een unieke plek waar je tot aan de vloedlijn kon rijden. Al vóór de Tweede Wereldoorlog kwamen er af en toe auto’s op het strand, meestal met als bestemming strandtent De Zeemeeuw, die in 1929 werd geopend.

Autostrand 1986 (Verz: Marian Groeneweg)

Het autostrand werd steeds drukker naarmate meer mensen een auto kregen, vooral omdat dit de enige plek in Nederland was waar voertuigen waren toegestaan. Het werd zo populair dat de grote aantallen auto’s zorgden voor verstoring van vogels en andere dieren. Daarom werd het autostrand in 2004, na jaren van discussie, definitief gesloten.

Huidig strand thv voormalig strandpaviljoen (foto: Marian Groeneweg)

Hoewel ik het nog steeds jammer vind dat je het strand niet meer met de auto kunt betreden, is de natuur die ervoor in de plaats is gekomen van ongekende schoonheid. Zo is de rust van Thijsse, bijna een eeuw later, toch weer een beetje teruggekeerd aan deze bewogen kust.

vrijdag 16 januari 2026

Het Geuzenbos: van productiebos tot Rotterdams natuurjuweel

Drie ezels komen op me af. Waarschijnlijk verwachten ze dat ik hun eten geef, maar dat is niet toegestaan. De ezels lopen los in een natuurgebied en vinden hun voedsel ter plekke.
Al menigmaal zag ik Hooglanders grazen in het bos als ik van Oostvoorne naar de Maasvlakte reed. Het ligt ten oosten van het Oostvoornsemeer en wordt 'Geuzenbos' genoemd; een onverwachte groene oase nabij kranen en containers. Het werd tijd om dit eens nader te onderzoeken.
 
Vanaf een klein parkeerplaatsje loop je zo het gebied in. Grote elektriciteitsmasten staan op een rijtje. De grond wordt hier kort gehouden. Er zijn enkele poeltjes, afgescheiden door prikkeldraad. Volgens een artikel in Straatgras, een uitgave van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam zijn er hier tal van interessante  libellen en vlinders. Maar het is nazomer en het meeste is uitgebloeid. Er hangen nog wat verschrompelde rozenbottels aan stekelige struiken. Duindoorns geven het duingebied een grijsgroene tint.
Er loopt een dijk langs de westkant met aan de ene kant uitzicht op het Oostvoornsemeer en aan de andere kant op het vlakke gebied en iets verder het bos. Hoge elektriciteitsmasten geven de ligging van een leidingenstraat aan.

Halverwege komen drie ezels naar me toe. Ik mag ze niet voeren of aanraken, ze moeten 'wild' blijven. Twee runderen staan verderop rustig te grazen.

Van productiebos tot een natuurlijk en blijvend bos
Het Geuzenbos, zo'n dertien hectare groot, werd aangelegd op de Brielse Maasdam, een smalle landstrook tussen het Oostvoornse Meer en het Brielse Meer. Het was een initiatief van Havenbedrijf Rotterdam, als onderdeel van het groenplan voor het industriegebied Maasvlakte/Europoort. Het heeft 1,6 miljoen gulden gekost. Met de aanleg kreeg het saaie industrielandschap een gevarieerder aangezicht. De bodem bestond uit opgespoten zand en een laagje zogenaamde Euro-klei: klei gerijpt uit baggerspecie. 
Clown Bassie ter aanmoediging
Het bos werd aangeplant als productiebos, met het doel om binnen 20 jaar te worden gekapt. Op 11 november 1987 stopten zo'n 150 scholieren uit Westvoorne in totaal 600 van de 6500 geplande populieren in de grond onder aanmoedigingen van clown Bassie (van Adriaan). Naast populieren werden ook esdoorns en spaanse aken in strakke rijen aangeplant. De naam werd verzonnen door de Mildenburgschool in Oostvoorne, die destijds een prijsvraag won.
In de loop der tijd groeiden de bomen en werd het een dicht, monotoom bos. Maar sinds begin van deze eeuw richtte het beheer zich op het aanbrengen van meer variatie, zodat het bos een natuurlijker karakter zou krijgen. Er zijn verschillende kapvlakken en -stroken aangebracht en nog een paar bospoelen aangelegd, waar diverse soorten libellen en vlinders een ideale leefomgeving hebben gevonden.

Duinbeheer met lange oren; wilde ezels als groenbeheerder
Het gebied wordt begraasd door Schotse Hooglanders, paarden en Taurossen, die sterk lijken op de uitgestorven oerossen. Sinds begin 2025 zijn drie ezels ingezet voor een deel van het onderhoud. Onder de elektriciteitsmasten ligt een leidingstrook, waar diverse stoffen, zoals olieproducten, chemicaliën en industriële gassen door worden getransporteerd. Vanwege de veiligheid moet zo’n leidingstrook altijd kort gemaaid zijn. Normaal gesproken een fluitje van een cent, maar hier groeit een taaie woekeraar: Duindoornstruiken. Het is een van de favoriete eten van de uitgezette ezels: deze specifieke Spaanse wilde ezels behoren tot het ras van de Zamorano-Leonés en smikkelen graag van droge, ruige vegetatie. Geen maaimachine, alleen ezels die doen waar ze zin in hebben — toevallig precies wat nodig is. 
De inzet van deze ezels is slechts een proef, dat minimaal een jaar tot anderhalf jaar zal duren. Maar als ze effectief zijn bij het beheer van de duindoorn, kunnen ze permanent blijven.
De ezels doen waar ze voor komen: lekker knabbelen aan de stugge duindoorns. En terwijl de ezel de laatste duindoorn kortwiekt, doet het Geuzenbos wat het al jaren doet: uitgroeien tot een klein, maar bijzonder stukje Rotterdamse natuur.

donderdag 13 februari 2025

De wieg van Nederland

Kippenvel kreeg ik toen het scherm omhoog werd getrokken en ik om de vergadertafel kon lopen. Dit gebeurde in de zaal van het voormalige Augustijnenklooster in Dordrecht, tegenwoordig het museum Hof van Nederland. Eerst werd een film getoond over de gebeurtenissen rond de vergadering op 19 juli 1572. Het was een historisch drama over de Eerste Vrije Statenvergadering – de bijeenkomst waar de basis werd gelegd voor een onafhankelijk Nederland. Dit was dus de plek waar ons land als het ware werd ‘geboren’.

Het museum Hof van Nederland gaf een mooie kijk op de ontwikkelingen die leidden tot het ontstaan van Nederland. Het gebouw was vroeger een klooster, maar later werd het gebruikt als bestuurlijk centrum van de Staten van Holland en West-Friesland.

Mijn dagje Dordrecht begon in het historisch museum Huis van Gijn. De rijke bankier, verzamelaar en historicus Simon van Gijn (1836-1922) liet na zijn dood zijn woonhuis en uitgebreide collectie na aan de stad, met de wens dat het als museum bewaard zou blijven. De kamers zijn in authentieke stijl ingericht, met originele meubels, kunstwerken, porselein en een grote verzameling speelgoed. Ook is er een indrukwekkende boekencollectie en een historische keuken. Het museum geeft een inkijkje in het leven van de gegoede burgerij in de 19e en vroege 20e eeuw. Wat een rijkdom! En dan te bedenken dat een dienstmeisje na een jaar hard werken eindelijk eens een dagje vrij mocht nemen.
Bijzonder vond ik de originele wandtapijten. Wat een werk moet het zijn geweest om die te maken!

Wandtapijt Museum Huis van Gijn


Groothoofdspoort

Altijd een indrukwekkende toeristische plek: het Groothoofd, waar de drie grote rivieren Beneden-Merwede, Noord en Oude Maas samenkomen. De poort dateert oorspronkelijk uit de 14e eeuw, maar kreeg zijn huidige vorm in de 17e eeuw. De Renaissance-gevel, versierd met een timpaan en beelden, en het beeld van de Maagd Dordrecht bovenop, maken het een prachtig bouwwerk. 

vrijdag 17 januari 2025

Carnisse en Rhoonse Grienden: Een Winterse Ontsnapping

Onder de rook van de drukke stad Rotterdam, waar het leven nooit stilstaat, ligt een verborgen pareltje: de Carnisse en Rhoonse Grienden. Dit charmante natuurgebiedje lijkt zich te hebben verstopt, alsof het even pauze wil nemen van het jachtige stadsleven.

Na maanden van grijs en grauw weer was daar het januari-zonnetje. Een dun laagje nachtvorst had het eerste stuk van het wandelpad omgetoverd tot een glibberige uitdaging, maar dat mocht de pret niet drukken. 


Het was er opvallend stil, afgezien van het tevreden geronk van binnenvaartschepen die hun weg over de Oude Maas vervolgden. 

Daar in het zonnetje, alsof hij in de spotlight stond, zat een ijsvogel. Zijn heldere blauwe veren leken bijna te gloeien in het licht.

De wilgen waren pas geknot, hun takken lagen keurig samengebonden.
Het gebied ademt nog steeds historie; een uniek griendennatuurgebied, waar eb en vloed vrijelijk kan stromen dankzij de directe verbinding met de Oude Maas. 

In dit getijdengebied groeien van oudsher riet, biezen en wilgen. Eeuwen geleden waren deze natuurlijke materialen goud waard: ze werden gebruikt voor dakbedekking, manden en allerlei andere toepassingen. Vanaf de 17e eeuw werden de grienden gecultiveerd om de opbrengst te maximaliseren.  

Tegenwoordig mag de natuur weer wat meer haar gang gaan. Alleen de wilgen langs de paden worden nog netjes geknot, terwijl de rest vrijuit mag verwilderen. Het resultaat is een prachtig landschap waar historie en natuur elkaar omarmen – een plek waar de tijd even stilstaat en een ijsvogel je dag helemaal compleet maakt.

donderdag 9 januari 2025

Groenblijver in de winter


Aan het einde van de zomer is het een gezoem van jewelste als wespen de bloempjes van de klimop bezoeken. In de winter zijn de bloemen verandert in bessen. Eerst zijn de kleine besjes nog groen, later kleuren ze blauwzwart en dan zijn ze geschikt om op te eten door vogels, o.a. lijsters, spreeuwen en duiven. Vogels eten ze pas als de andere, smakelijkere bessen op zijn. Zo kunnen de zaden verspreid worden.

Hoewel de klimop bessen produceert, is ze niet afhankelijk van vogels voor voortplanting. De plant kan zich namelijk ook vegetatief voortplanten door middel van hechtwortels. Met deze wortels kan de soms meterslange stengel zich vasthechten aan bomen, muren en rotsen. Sterke bomen worden hierdoor niet geschaad, sommige soorten lijken er zelfs beter door te groeien.

De dichte begroeiing die klimop vormt, biedt een ideale schuilplaats voor diverse vogels, kleine zoogdieren en insecten. Pas na een groeiperiode van minstens 8 tot 10 jaar en op een beschutte, warme plek komt de klimop tot bloei. Opvallend is dat de bladeren van de klimop bij de bloemen een andere vorm krijgen. Dit komt door een proces van enzymen en hormonen.

De Latijnse naam "Hedera helix" betekent letterlijk 'spiraalvormige klimop', een zeer accurate beschrijving vanwege de manier waarop de stengels zich omheen objecten winden.

donderdag 2 januari 2025

Eindejaars Plantenjacht 2024

De Eindejaars Plantenjacht van FLORON? Daar doe ik natuurlijk weer aan mee!

FLORON organiseert elke winter de Eindejaars Plantenjacht. Van Kerst tot 3 januari gaan plantenliefhebbers op zoek naar bloeiende planten en kunnen deze noteren op hun website. 
Ook ik doe mee, net als vorig jaar, met de challenge om bloeiende planten te tellen. Het is een goede manier om nog enige kleur te ontdekken in de natuur.
Het is een mooie manier om de natuur in de winter te ontdekken en te zien welke planten er ondanks de kou toch nog bloeien.

Tijdens een grijze ochtend ga ik wandelen langs de Oldegaarde. Eerst zie ik alleen brandnetels en dan zie ik het eerste bloeiende madeliefje met zijn kleine, witte bloempje en geel hartje. In het gras staan er nog meer. Eenmaal een bloeiend plantje gevonden, volgen er meer. Een paardenbloem zag ik ook, maar hij hield zijn bloem angstvallig gesloten; het is toch te nattig voor hem. Fluitenkruid begint ook al omhoog te komen, maar nog geen bloemen. Zijn bloeitijd is in april en mei.

Tijdens mijn ‘grijze’ rondje langs het Zuiderpark kwam ik tot het volgende resultaat:
Madeliefje (Bellis perennis)
Akkerdistel (Cirsium arvense)
Duizendblad (Achillea millefolium)
Rode klaver (Trifolium pratense)
Witte dovenetel (Lamium album)
Jakobskruiskruid (Jacobaea vulgaris)
Scherpe boterbloem (Ranunculus acris)
Knoopkruid (Centaurea jacea)
Gewone Engelwortel (Angelica sylvestris)
Gewone melkdistel (Sonchus oleraceus)

Mijn oogst dit jaar: 10 soorten.
Het was weer een leuke en leerzame ervaring.