donderdag 31 oktober 2013

Kleine houtzwammetjes

Wie goed kijkt, ziet van alles op straat. Zelfs deze minieme kleine houtzwammetjes, die tegen een houten richeltje groeien. De kleinste (bovenste foto) was nauwelijks een centimeter groot en de wat grotere (onder) zijn amper te zien door hun bruinige kleur.

woensdag 30 oktober 2013

Beestjes tijdens herfstwandeling

Tijdens een ommetje door de wijk verwachtte ik omgevallen bomen na de storm van maandag. Weinig stormschade (gelukkig), maar wel andere onverwachte natuurontdekkingen:
Zo zaten vuurwantsen op een kluitje bij elkaar onderaan een boom. Opvallend dat de beestjes verschillende vlekkenpatronen hebben. Het blijkt dat kleur en patroon worden beïnvloed door uitwendige omstandigheden, met name de temperatuur. Vuurwantsen leven dikwijls aan de voet van een Lindeboom. Ze voeden zich met het sap van de boom, met afgevallen zaden en met dode insecten.
 
Verderop op een stronk scharrelde een duizendpoot rond. Het blijkt een tienduizendpoot te zijn met meer dan 50 pootparen (nooit geweten dat er ook tienduizendpoten bestonden)!
Net als duizendpoten zijn het rovers, die hun prooi met hun kaakpoten grijpen en vergiftigen. Het gif is voor de mens niet gevaarlijk.
Ondanks het feit dat het rovers zijn, hebben de vrouwtjes iets vertederends: er is door de mama’s broedzorg, ze slingeren zich om de eitjes en verdedigen hun kindjes.

dinsdag 29 oktober 2013

Wants op Kardinaalsmuts

Van een afstand leken het felrode herfstblaadjes van een struik. Maar dichterbij bleken het bloempjes? Nee, het blijken vruchtjes te zijn van een Kardinaalsmuts. Zo genoemd vanwege de rode vruchtjes die op de muts van een kardinaal lijken.
Deze Kardinaalsmuts is waarschijnlijk een wilde soort en verspreid geworden door vogels. Want lijsters, mezen en roodborstjes lusten de vruchten wel.
De wilde Kardinaalsmuts komt vrij algemeen voor. Er zijn ook veel gekweekte soorten; vanwege de fraaie vruchten en hun sierwaarde.
Nog dichterbij bekijkend,  zag ik een beestje: een wantsensoort. Met wat gezoek denk ik dat het een roofwants is, maar er zijn heel veel soorten wantsen die op elkaar lijken. Daarbij komt nog dat roofwantsen veel overeenkomsten vertonen met hun prooi.
Dus, wie het weet mag het zeggen…

maandag 28 oktober 2013

Goed honingzwammenjaar

Het is een goed honingzwammenjaar. Op sommige plekken is het één massa van mooie honinggele hoeden, die later bruinig verkleuren. Opvallend zijn de stelen; ze zijn fraai gebogen met een opvallende vlekkenpatroon. Bovenaan dragen ze een witte ring.

Honingzwammen groeien op hout en daardoor niet zo geliefd door bosbeheerders. Maar op ’t Eiland laat men de natuur zijn gang gaan. Ingrijpen is vooralsnog niet nodig.
De naam refereert aan de honinggele kleur van de hoed. Ook zijn Latijnse soortnaam is een verwijzing naar honing (=mellea). Zijn Latijnse ‘voornaam’ Armilla betekent armband, verwijzend naar de ring om de steel.

vrijdag 25 oktober 2013

Slecht gecamoufleerd nachtvlindertje


Een nachtvlindertje schuilt tussen de voegen van een stenen muur. Een moderne rotsspleet, waar deze vlinders van nature schuilen. Zou hij denken dat hij al een schuilplek voor de winter heeft gevonden? Met zijn crèmekleurige vleugeltjes valt hij wel op tegen de donkere bakstenen. Niet zo’n geschikte plek, dus.

donderdag 24 oktober 2013

Vlierbessen als stilleven

 
De donkerpaarse bessen van de vlier hangen  in zware trossen aan paarse steeltjes naar beneden.
Van de bessen kan jam of gelei worden gemaakt. Je moet er wel van houden, want het heeft een aparte smaak. Maar blijkt wel gezond te zijn.
Vogels zijn er dol op.

dinsdag 22 oktober 2013

Weidechampignons

‘Wat zien jullie?’ wordt weleens gevraagd als we op onze knieën zitten met de camera voor onze neus.
‘We fotograferen paddenstoelen.’
‘Groeien er dan paddenstoelen?’ is de volgende vraag.
Ja, als je goed kijkt zie je ze vanzelf.
Maar zelfs de grote Weidechampignon zien veel mensen over het hoofd. Ze hebben grote, uitgespreide hoeden met een middellijn van wel twee decimeter groot. 
De grote Weidechampignon groeit langs de weg bij de plas van het Eiland Van Brienenoord, onder de hoge populieren. Hier lopen regelmatig de Hooglanders rond en bemesten de grond met hun uitwerpselen. En daar houdt deze champignon van.